(function(d,s,i,r) { if (d.getElementById(i)){return;} var n=d.createElement(s),e=d.getElementsByTagName(s)[0]; n.id=i;n.src='//js.hs-analytics.net/analytics/'+(Math.ceil(new Date()/r)*r)+'/554273.js'; e.parentNode.insertBefore(n, e); })(document,"script","hs-analytics",300000);

VMware vSphere Enterprise is binnenkort niet meer verkrijgbaar, wat nu?

Eind juni van dit jaar stopt VMware met de verkoop van vSphere Enterprise. Uiteraard vertellen we je wat de gevolgen zijn én we vergelijken vSphere Enterprise Plus met vSphere Standard. 

Tot en met eind juni heb je de mogelijkheid om VMware vSphere Enterprise licenties te kopen. Daarna zijn ze niet meer beschikbaar. Wanneer je binnen jouw organisatie VMware vSphere Enterprise hebt draaien is dat geen enkel probleem. Tot 2020 kun je de licenties namelijk ‘gewoon’ blijven gebruiken en krijg je support vanuit VMware.  

Mocht je denken aan extra functionaliteiten of zelfs een upgrade overwegen, oriënteer je dan nu al. VMware geeft namelijk tot eind juni 50% korting op een aantal upgrademogelijkheden.

Vmware end of life.png

vSphere Enterprise Plus en vSphere Standard

Vanaf eind juni zijn alleen nog de vSphere Enterprise Plus en vSphere Standard verkrijgbaar. vSphere Enterprise Plus biedt meer functionaliteit, vSphere Standard juist minder. Dit laat zich ook zien in de kosten. Een overstap naar vSphere Enterprise Plus biedt je de nodige voordelen.

  • Distributed Switch
    In plaats van het individueel configureren van vSwitches per ESXi-host, definieer je nu integraal één virtuele switch over een geheel cluster. Omdat dit niet meer per fysieke host gebeurt, is de kans op het maken van configuratie fouten kleiner. Verder zijn er minder kabels benodigd en is er meer overzicht over de netwerkomgeving. Daarnaast blijven de portpolicies en -loggings behouden wanneer de betreffende VM’s verplaatsen middels vMotion. Hierdoor wordt kostenbesparing en strikte scheiding tussen de verantwoordelijkheden van serverbeheerder en netwerkbeheerder mogelijk.
  • Auto Deploy
    ESXi hosts worden opgestart zonder disks, SD kaarten of USB sticks, door gebruik te maken van een zogenaamde PXE boot over het netwerk. Dit houdt in dat de hosts na iedere herstart een van tevoren geprepareerde en geactualiseerde "ESXi image profile" laden in hun werkgeheugen.
  • Host Profiles
    Door gebruik te maken van Host Profiles worden ESX hosts met één enkele handeling volledig geconfigureerd zodat zij direct in een bestaand cluster te gebruiken zijn. Ook controleer je eenvoudig in een later stadium of ESX hosts nog aan een bepaald profiel voldoen. Is dit niet het geval, dan trekken we dit met één enkele handeling volledig gelijk. Je bespaart hiermee veel tijd, moeite en geld. Daarnaast is er nauwelijks kans op menselijke fouten en de compliancy blijft te allen tijde volledig gewaarborgd.
  • NIVIDA GRID vGPU
    Meerdere VM’s hebben rechtstreeks toegang tot hardware-accelerated graphics zodat gebruikers een zeer hoge grafische performance verkrijgen voor hun virtuele desktops.
  • Flash Read Cache
    Flash (SSD) geheugen in de fysieke host wordt gebruikt als leesbuffer tussen de VM’s en de storage, dit leidt tot meer performance en een lagere belasting van de fysieke disks. Het cachen is volledig transparant voor de VM, gebeurt op een per VMDK basis en is compatible met o.a. vMotion en HA. Om de steeds groter wordende processorcapaciteit ook daadwerkelijk te benutten, is het noodzakelijk dat applicaties sneller hun dataopslag benaderen zodat dit resulteert in meer transacties, betere responstijden en minder belasting van het storagesysteem.
  • Single Root I/O Virtualization
    Eén fysieke PCI Express (PCIe) adapter, zoals een netwerkkaart of HBA, is rechtstreeks te koppelen aan meerdere VM’s, waardoor een hoge bandbreedte en een lage latency verkregen wordt. Meerdere applicaties die wat betreft (storage) netwerkvereisten het maximale vergen, maken rechtstreeks gebruik van een enkele hardwarematig koppeling naar buiten zodat de virtualisatielaag overgeslagen wordt en de benodige SLA’s behaald wordt.
  • Storage & Network I/O Control
    De toegang vanuit virtuele machines tot beschikbare storage- en netwerkbronnen wordt voortdurend gemeten en is zodanig bij te sturen, dat voor elke virtuele machine de juiste capaciteit en prioriteit verkregen wordt. De continuïteit en responstijden van bedrijfskritische services blijven altijd gewaarborgd, zelfs wanneer andere virtuele machines gebruikmaken van dezelfde gedeelde storage- en netwerkbronnen.
  • Storage DRS
    Gelijksoortige datastores worden samengebundeld tot één gemeenschappelijke groep. Binnen dit zogenaamde "Datastore Cluster" wordt initieel de meest efficiënte plaats per VM bepaald en vinden er later zo nodig Storage VMotion acties plaats op basis van I/O-belasting of diskruimte-gebruik. Zowel de I/O-belasting op de betrokken datastores als de mate waarin zij vol zijn, wordt automatisch en continu gebalanceerd. Hierdoor wordt de omgeving optimaal benut en verkrijgen de VM's maximale garanties met betrekking tot de storagebronnen die zij nodig hebben.
  • Fault Tolerance
    Wanneer zeer hoge beschikbaarheid gewenst is, wordt een VM tot en met 4 vCPU’s (in plaats van 2 vCPU’s) beschermd tegen downtime van de host waarop deze draait.
  • Cross vCenter vMotion
    Het live migreren van VM’s vindt plaats tussen verschillende vSphere clusters zodat maximale flexibiliteit verkregen wordt tussen bijvoorbeeld test- en productieomgevingen.
  • Long Distance vMotion
    Over grote afstanden, zelfs van duizenden kilometers, zijn VM’s zonder downtime te verplaatsen zodat de continuïteit gewaarborgd blijft.

Meer informatie en overstappen

Wil je meer informatie? Of meteen overstappen?

Gerelateerde artikelen